 |
Aanbevelingen voor maneges voor gehandicapten.
|
| |
Terrein en gebouwen zijn toegankelijk voor rolstoelen.
Deuren en gangen zijn breed genoeg om een paard met begeleider en
een rolstoel elkaar te laten passeren.
Aanbevolen maten: |
| |
 |
Breedte stalgang min. 2.40 meter.
Breedte toegang tot rijbaan min. 1.20 m.
Breedte deuren paardenbox min. 1.15 m.
Hoogte plafond rijhal, laagste punt 4.50 m.
Hoogte plafond stallen laagste punt 2.25 m.
Rijbanen hebben een afmeting van min. 20 x 40 m.
Rijbanen zijn goed afsluitbaar (en afgesloten
tijdens het rijden).
In de rijbaan zijn ramen niet op ooghoogte van de paarden geplaatst.
Buitenrijbanen zijn degelijk omheind zodanig dat ruiters niet over
of door de omheining kunnen vallen.
|
| |
Veel ruiters met een beperking laten hun benen niet
verticaal afhangen naast het paard. Dus: |
| |
|
Keerwand
rijbaan heeft een hellingshoek van 7 graden of meer.
Keerwand rijbaan is glad afgewerkt en heeft nergens uitstekende obstakels,
ook niet bij ingang of andere deuren.
|
| |
Ruiters met een beperking hebben vaak een opstapperron
nodig. Het perron moet zoveel mogelijk zelfstandig te gebruiken zijn.
Daarom: |
| |
|
De hellingshoek van
de oprijbaan naar het perron is rolstoelvriendelijk.
Bovenvlak perron biedt manoevreerruimte aan min. 2 personen en een
rolstoel.
Het oppervlak van hellingbaan en perron is slipvrij.
De eventuele rolstoellift naar het perron is zelfstandig door de ruiter
te bedienen.
Bij en naast het opstapperron is een tillift inzetbaar.
|
| |
Hulpmiddelen bij het paardrijden zijn altijd zo geconstrueerd
dat in geval van nood ruiter en paard onmiddellijk van elkaar gescheiden
kunnen worden.
Harnachement en hulpmiddelen worden maandelijks onderhouden en geïnspecteerd
en jaarlijks door een bevoegd zadelmaker gekeurd.
Paarden worden geselecteerd op gezondheid en betrouwbaarheid.
Hun functioneren wordt maandelijks besproken, ongeschikte paarden
worden uit de lessen genomen. De paarden worden regelmatig bijgetraind.
|
| |
Ruimten voor sanitair zijn groot genoeg voor
een rolstoel en zo nodig twee helpers. |
| |
|
Maten toiletruimte min. 2.20 x 2.20 m.
Toilet is geplaatsts tegen het midden van de achterwand.
Aan weerszijden en in de rug is er steun voor de toiletgebruiker.
Rondom langs de muren is een alarmlijn gemonteerd op 0.40 m van de
grond.
|
| |
Deuren zijn zoveel mogelijk door personen in
een rolstoel zelf te openen en te sluiten. Dus: |
| |
|
Deurknoppen zijn geplaatst op 0.90 m vanaf
de grond
Voor en achter iedere deur is ruimte voor een draaicirkel van min.
1.50 m.
Breedte van deuren voor alleen personenverkeer min. 0.88 m.
Geen zware drangers op de deuren.
Elektrisch bedienbare schuifdeuren zijn ook te overwegen.
|
| |
Parkeerruimte ligt zo dicht mogelijk bij de ingang
van het gebouw. |
| |
|
Maten parkeervak voor gebruiker van een rolstoel
min. 3.50 x 5.00 m.
Breedte pad naar ingang gebouw min. 1.20 m.
|
| |
Voor ruiters met visuele beperkingen treft men
de volgende maatregelen: |
| |
|
Relief op de grond aanbrengen bij deuren,
doorgangen, toiletten enz.
Deuren, doorgangen, toiletten enz. worden met contrasterende kleuren
gemarkeerd.
Gidslijnen aanbrengen in gebouw en op terrein.
De letters in de rijbaan zijn zeer groot en kunnen evt. van binnen
verlicht worden.
Gebouw en terrein overal helder en egaal verlichten.
|
| |
Voor ruiters met een auditieve beperking kunnen
zichtbare alarmsignalen worden ingezet.
|
 |
Terrein, gebouw, gereedschappen en hulpmiddelen voldoen aan de
wettelijke voorschriften aangaande veiligheid, arbeidsomstandigheden,
brandgevaar, milieu-eisen, bouwvoorschriften enz. Gebouw en terreinen
zijn volledig af te sluiten van openbare weg en buitengebied.
|