|
HANDVEST VOOR FPG-LEDEN.
Op de Algemene Ledenvergadering van 13 september 2003 is het onderstaande
nieuwe ledenreglement aangenomen.
Organisatie
A1. Leden van de FPG zijn uitsluitend stichtingen
of verenigingen. Zij hanteren doelstellingen overeenkomend met die
van de landelijke FPG. De doelstellingen zijn niet in strijd met
doelstellingen en reglementen van de KNHS.
A2. Leden werken zonder winstoogmerk doch voeren een financieel
beleid gericht op continuïteit en kwaliteit in het paardrijden
door gehandicapten. Subsidies worden aangewend niet anders dan voor
hun gestelde doel.
A3. Leden werven primair sponsorgelden in eigen regio.
A4. Leden van de FPG houden zich aan de wettelijke voorschriften
aangaande arbeidsomstandigheden, risico-inventarisatie, veiligheid,
milieu, zorg voor mensen met beperkingen, dierenhouderij en alle
wet- en regelgeving van toepassing voor het werkveld in de combinatie
paarden, sport, therapie en mensen met beperkingen.
A5. Leden verantwoorden in jaarverslagen en begrotingen hun financieel
en bestuurlijk beleid tegenover de landelijke FPG en tegenover de
eigen leden, klanten, medewerkers en vrijwilligers. Laatstgenoemde
vier partijen hebben invloed op het rond het paardrijden gevoerde
beleid.
A6. Leden bieden per jaar tenminste 500 ruiterlesuren aan (plm.
10 ruiters per week).
A7. Van de leden wordt verwacht dat zij jaarlijks de landelijke
algemene ledenvergadering bijwonen en hun medewerkenden en de ruiters
informeren omtrent relevante beleidsaangelegenheden.
A8. Leden hebben het recht om op of bij hun manege een FPG-lidmaatschapsbord
aan te brengen. Het secretariaat verstrekt deze borden in bruikleen
aan de leden bij aanvang van het lidmaatschap.
A9. Leden kunnen te allen tijde een beroep doen op leden van het
landelijk bestuur voor overleg, advies of begeleiding.
A10. Aspirant-leden zijn leden die niet aan alle gestelde eisen
voldoen maar de intentie hebben en tonen om wel zover te komen.
Zij betalen de helft van de ledenbijdrage, zijn niet stemgerechtigd
en worden niet vermeld in de openbare ledenlijst op de FPG-website.
Wel hebben zij toegang tot alle informatie en diensten van de FPG.
Na erkenning door het bestuur als aspirant lid komt betrokken organisatie
in aanmerking voor een eenmalige startsubsidie ter grootte van €
500,-. Het indienen van een aanvraag hiervoor is niet nodig.
B. Organisatie van het rijden
B1. De paardrijlessen worden
gegeven door een bevoegd instructeur of instructrice (zie art. C1).
Naast paardrijden kan ook mennen, voltige, huifbedrijden of een
andere vorm van contact met het paard worden aangeboden onder leiding
van terzake deskundigen.
B2. Ruiters worden uitsluitend tot het paardrijden en de andere
activiteiten toegelaten na goedkeuring van de behandelend of adviserend
arts. Relevante medische gegevens van de ruiters worden opgevraagd
en schriftelijk vastgelegd. Afhankelijk van de beperking van de
ruiter wordt zo nodig advies ingewonnen van bevoegde (behandelende)
therapeuten of specialisten en naar beste kunnen opgevolgd.
B3. Het lesgeven gebeurt planmatig, met regelmatige verslaglegging.
Bij FPG-leden aanwezige gegevens van ruiters vallen onder de privacy-wetgeving.
B4. Gebruikte paarden, tuigen, hulpmiddelen en groepsgrootte zijn
afgestemd op de behoeften van betreffende ruiters. De lessen worden
gegeven in lesgroepen van bij voorkeur niet meer dan zes en zo nodig
minder ruiters.
B5. Veiligheidsprocedures en gedragsprotocollen zijn aan betrokken
medewerkers, vrijwilligers en ruiters (of verzorgers) bekend en
worden nageleefd.
C. Medewerkers
C1. Een bevoegd instructeur of instructrice
is iemand die het door NebasNsg verstrekte diploma 'Instructeur
Paardrijden voor mensen met een beperking' bezit dan wel het diploma
Instructeur Paardrijden Gehandicapten, uitgereikt door de FPG/KNHS, dan
wel een gelijkwaardig in het buitenland behaald diploma (gelijkwaardigheid
te beoordelen door FPG i.s.m. FRDI).
C2. Zowel instructeurs als vrijwilligers en andere medewerkers
worden in de gelegenheid gesteld bijscholingen te volgen op voor
hun functioneren relevante terreinen.
C3. Met medewerkers, hetzij vrijwillig, hetzij op basis van een
arbeidsovereenkomst, zijn de wederzijdse rechten en plichten schriftelijk
overeengekomen.
C4. Ten behoeve van medewerkers en vrijwilligers is ten minste
een W.A.-verzekering afgesloten, naast overige eventueel verplichte
verzekeringen.
D. Accommodatie en bedrijfsmiddelen
D1. Leden beschikken over een afsluitbare rijbaan, die bij voorkeur
overdekt is. Bij ontbreken van een binnenrijbaan doen zij het mogelijke
om overdekte accommodatie te verwezenlijken. Gebouwen en terrein
zijn toegankelijk en in alle opzichten veilig voor mensen met beperkingen.
D2. Van gebouwen en terrein waar de activiteiten plaatsvinden,
ook als ze niet in eigen beheer van de FPG-lidorganisatie zijn,
is een risico-inventarisatie gemaakt met inbegrip van de aspecten
van het paardrijden door mensen met een beperking. De conclusies
hieruit worden nageleefd.
D3. Paarden en ponys, gebruikt voor het rijden met mensen
met een beperking worden voldoende getraind, regelmatig op geschiktheid,
conditie en gezondheid beoordeeld en niet gebruikt als zij met betrekking
tot een of meer van deze aspecten tekortschieten.
D4. Dieren worden gehouden en gebruikt volgens de in de hippische sector (KNHS, FEI) geldende gedragscodes voor het welzijn van het paard. Lees meer
D5. Hulpmiddelen en harnachementen worden deugdelijk onderhouden
en voldoen aan gestelde eisen van kwaliteit en veiligheid.
|